Toelichting overhead
Het Overzicht overhead is onderverdeeld in vijf onderdelen. Hierdoor ontstaat een beter inzicht in de lasten van overhead. Hierna lichten we de verschillen van elk onderdeel kort toe. Globaal bestaat de overhead volgens de definitie van het BBV uit de volgende onderwerpen:
Bestuursondersteuning en beleidsadvisering
Financiën
Personeelszaken en organisatie
Juridische zaken (exclusief bezwaar en beroep)
Informatievoorziening, automatisering van systemen ten behoeve van de gemeentebrede bedrijfsvoering, documentmanagement en informatievoorziening (DIV)
Facilitaire zaken en huisvesting (inclusief beveiliging)
Interne en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie
Verzekeringen
Hiërarchisch leidinggevenden, controllers en managementondersteuning werkzaam in de primaire processen en de staven van de clusters
De definitie voor overhead die is vastgesteld door de commissie BBV creëert een nieuwe discussie over de kosten van de gemeentebrede bedrijfsvoering en de toerekening hiervan. Omdat iedere gemeente anders is georganiseerd, is het niet eenvoudig om de overhead met andere gemeenten te vergelijken. Wij zijn een regiegemeente wat zich uit in relatief weinig fte per inwoner, omdat veel uitvoerende taken niet door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Minder taken in eigen regie uitvoeren leidt tot relatief meer overhead.
Deze diverse manieren van organiseren maakt een discussie over de overhead complex. We voeren benchmarks uit met andere gemeenten. Vanuit de uitkomsten van deze benchmarks wordt dieper onderzocht waar de leerpunten voor onze organisatie liggen.
In Tabel 72 zijn de in de regeling beleidsindicatoren gemeenten voorgeschreven kengetallen in relatie tot de overhead opgenomen. De wettelijk voorgeschreven BBV-kengetallen vergelijken we met die van drie andere gemeenten in Tabel 73 aan de hand van de cijfers van werkelijk 2024 en programmabegroting 2025-2028.
Tabel 73
Omschrijving | Eenheid | Haarlemmermeer | Zaanstad | Haarlem | Apeldoorn | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
JS 20241 | PB 2025 | JS 2024 | PB 2025 | JS 2024 | PB 2025 | JS 2024 | PB 2025 | ||
Formatie | Fte per 1.000 inwoners | 7,5 | 7,3 | 9,4 | n/b | 8,2 | 7,5 | 8,5 | 8,5 |
Bezetting | Fte per 1.000 inwoners | 7,6 | 7,3 | 8,9 | n/b | 7,8 | 7,8 | 8,9 | 8,1 |
Apparaatskosten | Kosten per inwoner in euro's | € 959 | € 937 | € 1.018 | € 940 | € 969 | € 924 | € 1.175 | € 1.063 |
Externe inhuur * | Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen | 18,7 | 5,5 | 21,4 | 8,4 | 19,1 | 12,0 | 21,6 | 9,9 |
Overhead | % van totale lasten | 11,8 | 11,8 | 7,9 | n/b | 8,5 | 9,4 | 10,1 | 10,8 |
- JS = Jaarstukken; PB = Programmabegroting
Kengetal Externe inhuur *
Bij de primaire begroting wordt het begrote bedrag voor inhuur afgezet tegen de totale begrote bedragen voor loon- en inhuurkosten. In de loop van het jaar worden via Planning & Control producten regelmatig budgetten voor inhuur toegevoegd, met daar tegenover incidentele dekking. Ook worden nog niet ingevulde vacatures vaak ingevuld door inhuur. Minder vast personeel betekent dan meer inhuur, dat, relatief gezien, bij de jaarstukken resulteert in een hoger inhuurpercentage .
