Voorzieningen
Voorziening door derden beklemde middelen
Tabel 196 Voorziening door derden beklemde middelen
(bedragen × € 1.000) | Stand per 31-12-2024 | Vermeer-deringen | Vermin-deringen | Stand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
Voorziening Tariefegalisatie riolering | 6.597 | 112 | 0 | 6.709 |
Totaal door derden beklemde middelen | 6.597 | 112 | 0 | 6.709 |
Voorziening tariefsegalisatie rioolheffing
De mutatie op de voorziening tariefsegalisatie rioolheffing (onttrekking of storting) wordt aan het einde van het jaar bepaald door de relatie tussen de inkomsten en uitgaven te leggen.
Voorziening onderhoudsegalisatie
Tabel 197 Voorziening onderhoudsegalisatie
(bedragen × € 1.000) | Stand per 31-12-2024 | Vermeer-deringen | Vermin-deringen | Stand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
Onderhoud gebouwen | 5.538 | 2.479 | -1.632 | 6.385 |
Totaal Voorziening onderhoudsegalisatie | 5.538 | 2.479 | -1.632 | 6.385 |
Onderhoudsegalisatievoorzieningen
Deze voorziening is gevormd voor de egalisering van de in de tijd onregelmatig gespreide kosten voor onderhoud aan gemeentelijke objecten.
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Tabel 198 Voorzieningen
(bedragen × € 1.000) | Stand per 31-12-2024 | Vermeer-deringen | Vermin-deringen | Stand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
Voorziening bovenwettelijk verlof | 2.076 | 1.060 | 0 | 3.135 |
Voorziening pensioenverplichtingen wethouders | 10.689 | 0 | -3.722 | 6.967 |
Voorziening regeling vervroegde uittreding | 907 | 0 | -249 | 658 |
Voorziening verlofsparen | 936 | 413 | 0 | 1.349 |
Voorziening wachtgeldverpl. voormalig personeel | 1.210 | 0 | -601 | 609 |
Totaal voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's | 15.817 | 1.473 | -4.572 | 12.718 |
Voorziening bovenwettelijk verlof
In de jaarstukken 2022 is een voorziening bovenwettelijk verlof ingesteld. Voor het bovenwettelijke verlof dat bestaat uit overmatige verlofsaldi moet een voorziening worden opgenomen. In 2025 worden meer uren als overmatig aangemerkt waardoor er een storting is gedaan van € 1,060 miljoen. De hoogte van de voorziening bedraagt € 3,135 miljoen.
Voorziening pensioenverplichting wethouders
Per 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en worden de pensioenen overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Hierdoor moet een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP gedaan worden. Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties (BZK) is gebleken dat onze voorziening ultimo 2024 ruim voldoende is om de overdrachtswaarde per 1 januari 2028 te kunnen voldoen. Rekening houdend met de ontwikkelingen in 2025 kan een bedrag van € 3,429 miljoen vrijvallen. De belangrijkste oorzaak van deze vrijval is de hogere rekenrente per 31 december 2025 (2,954% ten opzichte van 2,325% op de actuariële waardeberekeningen per 31 december 2024). Jaarlijks wordt de stand van de voorziening geactualiseerd tot en met de overdracht naar ABP per 1 januari 2028. Vanaf dat moment zal een voorziening niet langer nodig zijn. De vermindering van € 0,293 miljoen zijn de uitbetaalde pensioenen aan de reeds gepensioneerde wethouders.
Voorziening regeling voor vervroegde uittreding
Deze voorziening is bedoeld ter dekking van de kosten als gevolg van vervroegde uittreding. De regeling voor vervroegde uittreding (RVU) geeft een beperkt aantal medewerkers dat aan specifieke voorwaarden voldoet, de mogelijkheid vervroegd met pensioen te gaan. Zo moet de medewerker bijvoorbeeld op de ingangsdatum van de RVU 41 jaar in dienst zijn geweest van een bij ABP aangesloten werkgever en moet de medewerker uiterlijk 31 december 2028 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben. Indien gebruik gemaakt wordt van de RVU heeft de medewerker tijdens zijn deelname aan de RVU recht op een maandelijkse uitkering gelijk aan de fiscale drempelvrijstelling voor de RVU. In 2025 is een totaal van € 0,168 miljoen uitbetaald aan deelnemers van de regeling. Doordat niet iedere gerechtigde deelneemt is er een vrijval van € 0,081 miljoen.
Voorziening verlofsparen
Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning, bijvoorbeeld voor vervroegd pensioen of een sabbatical. Medewerkers kunnen bovenwettelijke verlofuren aanmerken als verlofsparen, deze gespaarde verlofuren verjaren niet. Ook aangekochte extra verlofuren kunnen ingezet worden voor verlofsparen. De verlofuren die door medewekers als verlofsparen zijn aangemerkt, vertegenwoordigen een waarde. Voor de in 2025 gespaarde uren is een bedrag van € 0,413 miljoen gestort. De hoogte van de voorziening komt daardoor op € 1,349 miljoen.
Voorziening wachtgeldverplichting voormalig personeel
Naast de wachtgelden is de gemeente eigenrisicodrager voor de lasten die voorvloeien uit de Werkloosheidswet (WW). De verplichtingen die hieruit volgen, zijn opgenomen in deze voorziening. Het bedrag dat vrijgevallen is in deze voorziening bedraagt € 0,109 miljoen. In totaal is € 0,493 miljoen uitgekeerd aan wachtgelden en WW-uitkeringen.
