Ontwikkeling indicatoren
De hiervoor beschreven ratio's geven het volgende beeld:
Netto schuldquote
Realisatie 2024 | Raming PB2025 | Raming NJR2025 | Realisatie 2025 | ||||
65,3% | 87,2% | 68,3% | 62,6% | ||||
Lasten schuldpositie
Realisatie 2024 | Raming PB2025 | Raming NJR2025 | Realisatie 2025 | ||||
6,8% | 7,7% | 5,3% | 5,4% | ||||
Solvabiliteit
Realisatie 2024 | Raming PB2025 | Raming NJR2025 | Realisatie 2025 | ||||
38,2% | 31,6% | 35,2% | 38,5% | ||||
Conclusie
Over het geheel gezien staan twee ratio's staan op groen en één op oranje. Ten opzichte van de prognoses in de Najaarsrapportage 2025 is de netto schuldquote lager uitgevallen. De indicator lasten schuldpositie komt nabij de raming uit. Vergeleken met de cijfers uit de Jaarstukken 2024 vallen beide ratio's lager uit. De lagere schuldquote heeft meerdere oorzaken. Ten opzichte van de aannames in het Strategisch Perspectief Investeringen najaar 2025 is er minder geïnvesteerd. Verder resteert het krediet van € 10 miljoen voor strategische aankopen van grond in 2025 grotendeels. De schuld wordt ook beïnvloed door de ontwikkeling van andere balansposten, waarbij met name de vlottende activa en vlottende passiva moeilijk tot niet beïnvloedbaar zijn. Bij de overlopende activa zien we zowel ten opzichte van de Jaarstukken 2024 als ten opzichte van de Najaarsrapportage 2025 een stijging van nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.
Daartegenover is de post overlopende passiva fors hoger dan aangenomen. Onder de ontvangen, nog te besteden uitkeringen van het Rijk is een stijging te zien van € 25 miljoen ten opzichte van de vorige jaarstukken. Deze stijging komt bovenop de stijgingen die we de afgelopen jaren al in deze post hebben gezien. Dit betreffen met name vooruitvangen specifieke uitkeringen voor mobiliteitspakketten (regeling E110). De uitgaven hiervoor zullen in de toekomst worden gedaan, maar de vooruitontvangen middelen hebben nu tot het aantrekken van minder langlopende schuld geleid. De verwachte groei van de langlopende schuld werd volledig opgevangen uit kortlopende middelen.
Ook leidt de toevoeging van het nog te bestemmen jaarrekeningresultaat tot het aantrekken van minder schuld. De effecten worden dit jaar opnieuw enigzins afgevlakt door het het zogenoemde noemereffect. De baten (exclusief reservemutaties) vallen in de Jaarstukken 2025 lager uit dan begroot in de Najaarsrapportage 2025. Dit heeft effect bij de netto schuldquote en is de verklaring voor de margineel hogere indicator lasten schuldpositie. Dit wordt, zoals toegelicht in het onderdeel Verloop jaarrekeningresulaat, vooral veroorzaakt door de lagere baten uit de leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Omdat de omvang van de vlottende activa toenam, de groei van de kortlopende schuld het aantrekken van langlopende middelen verving (per saldo neutraal), er daarnaast een positief restultaat is geboekt in 2025, is het aandeel van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen groter dan geraamd bij de Najaarsrapportage 2025. Daardoor valt de solvabiliteit enigszins positiever uit.
Met twee ratio's op groen is er geen reden om actief te sturen op de schuldontwikkeling. Toch blijft aandacht nodig. De vooruitvangen specifieke uitkeringen worden op een later moment alsnog ingezet en uitgestelde investeringen worden in de toekomst alsnog uitgevoerd. De verwachting is dat als gevolg van de schaalsprong Wonen het investeringsvolume zal stijgen. Daartegenover staat dat de rente door de Europese Centrale Bank (ECB) in 2025 na diverse stappen naar 2% verlaagd is. Zowel de inflatie als de rente zijn vanaf dat moment gestabiliseerd waardoor de noodzaak voor renteverhoging door de ECB minder groot is. Dit leidt tot minder druk op de ratio 'lasten schuldpositie' in de toekomst. Voor een toelichting wordt verwezen naar het onderdeel risico's.
