Waarderingsgrondslagen activa
Algemeen vaste activa
Op grond van de Notitie Activabeleid Gemeente Haarlemmermeer 2019 (2019.0054155) worden alleen de vaste activa met een investeringsbedrag groter dan € 50.000 geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatste worden altijd geactiveerd.
Immateriële vaste activa
Conform de Notitie Activabeleid Gemeente Haarlemmermeer 2019 activeert de gemeente in principe geen bijdragen aan activa in eigendom van derden. Wanneer hiervan wordt afgeweken moet er een gemotiveerd raadsbesluit aan ten grondslag liggen. Daarbij is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Materiële vaste activa
In erfpacht uitgegeven gronden
De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs. Dit is de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen. Percelen waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht, zijn tegen een geringe registratiewaarde opgenomen.
Activa met een meerjarig economisch nut
Deze activa zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen. Bij het afschrijven wordt rekening gehouden met specifieke investeringsbijdragen van derden die op de desbetreffende investering in mindering worden gebracht. Bijdragen uit reserves worden niet rechtstreeks op de activa in mindering gebracht, maar via de afzonderlijke programmarekeningen aangewend voor dekking van de afschrijving. De overige gronden en terreinen, waaronder de 'strategische gronden', zijn gewaardeerd op maximaal de marktwaarde.
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, voor het inzamelen van huishoudelijk afval of begraafplaatsen, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
Activa in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijk nut
Deze worden ook geactiveerd. Dit betreffen de eerste aanleg van wegen met de hierbij behorende civiele kunstwerken, de niet in grondexploitaties opgenomen eerste aanleg of vervanging van grote wegen- en waterbouwkundige werken (viaducten, bruggen, verkeersregelinstallaties en openbare verlichting) en omvangrijke wegenreconstructies in het kader van een wijkverbetering of verkeersdoorstroming. Waardering vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen. Bij het afschrijven wordt rekening gehouden met specifieke investeringsbijdragen van derden die allereerst op de desbetreffende investering in mindering worden gebracht. Dekking uit een reserve wordt bij investeringen met maatschappelijk nut op dezelfde manier verwerkt als bij de investeringen met economisch nut. Dit houdt in dat de reserve via de afzonderlijke programmarekeningen aangewend wordt voor dekking van de afschrijving. De ondergrond van deze werken wordt daarbij als integraal onderdeel van het werk beschouwd (en dus ook afgeschreven). Het is niet toegestaan om extra af te schrijven op investeringen met maatschappelijk nut.
Afschrijvingsmethode
De berekening van de afschrijvingen geschiedt conform de lineaire afschrijvingsmethode op basis van de verwachte economische gebruiksduur per actief. De gebruiksduur wordt zowel bepaald door technische als economische slijtage.
Afschrijvingen
De afschrijvingen op de materiële vaste activa die ten laste worden gebracht van de programmarekening, worden berekend op basis van de verkrijgingprijs, verminderd met eventuele investeringsbijdragen. Met een eventuele restwaarde wordt geen rekening gehouden. De afschrijvingstermijnen bij eerste aanleg of aanschaf zijn:
Tabel 156
Categorie | Aantal jaar |
|---|---|
Gronden en terreinen | n.v.t. |
Inrichten gronden (niet) openbare dienst | 10-30 |
Gebouwen (niet) voor openbare dienst en sportgebouwen | 10-40 |
Inrichting gebouwen | 3-20 |
Materieel | 3-15 |
Openbaar groen | 20-50 |
Wegen, straten en pleinen | 10-55 |
Bruggen | 10-30 |
Riolering | 20-60 |
Financiële vaste activa
De waardering van de deelnemingen vindt plaats tegen de nominale waarde van het gestorte kapitaal. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering niet noodzakelijk gebleken.
Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.
Vlottende activa
Voorraden
De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde.
De ‘Bouwgronden in exploitatie’ zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die volgens het besluit ruimtelijk ordening rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede de rentekosten (renteomslagpercentage) en de administratie- en beheerskosten. Genomen resultaten zijn in de waardering verdisconteerd. Dit kan bij het verwachten van toekomstige verliezen leiden tot een negatieve stand van de activa, aangezien de verliesvoorziening verwerkt wordt als een correctiepost.
De voorraad gereed product vertoont het verloop van de eigen verklaringen tijdens een jaar. Ook wordt op deze post activa verantwoord dat in de verkoop staat.
Winstnemingen grondexploitaties
Tussentijdse winsten worden genomen volgens het realisatiebeginsel. De techniek die hiervoor toegepast moet worden is de 'percentage of completion (POC) methode' (percentage gerealiseerde kosten x percentage gerealiseerde opbrengsten x geraamde winst). Op de geraamde winst worden eerst de risico’s in mindering gebracht.
Verliesnemingen op bouwgronden in exploitatie (BIE)
Bij actieve grondexploitaties met een verwacht negatief resultaat wordt een voorziening getroffen ter hoogte van dit negatieve verwachte resultaat.
Parameters grondexploitaties
In de grondexploitaties wordt gerekend met langjarige gemiddelde parameters voor kosten- en opbrengstenstijging en renteontwikkelingen. Deze zijn mede de basis voor het opstellen van het (t)MPG dat halfjaarlijks aan de raad ter besluitvorming wordt voorgelegd.
Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht.
Voor het bepalen van de voorziening wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën:
1. Belastingdebiteuren (opgelegd door Cocensus)
De noodzakelijke stand van de voorziening wordt bepaald op basis van de dynamische methode door aan de hand van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als oninbaar te beschouwen. Openstaande posten tot één jaar worden voor 10% als oninbaar geschat. Dit percentage loopt op tot 100% voor openstaand posten ouder dan zes jaar.
2. Bijstandsdebiteuren
De noodzakelijke stand van de voorziening wordt bepaald op basis van de dynamische methode. Voor de diverse categorieën vorderingen op basis van de Participatiewet worden verschillende percentages aangehouden, afhankelijk van het risico. Het percentage oninbaar ligt tussen 25% en 75%.
3. Overige vorderingen
Voor deze categorie vorderingen wordt gebruik gemaakt van zowel de statische als de collectieve statische methode. De statische methode wordt toegepast op alle vorderingen ouder dan 120 dagen en groter dan € 200.000. Per vordering en per debiteur wordt het risico op oninbaarheid beoordeeld. De collectief statische methode wordt gebruikt voor vorderingen die bij de belasting- of gerechtsdeurwaarder in behandeling zijn (oninbaarheid 50%) en bij openstaande dwangsommen (oninbaarheid 75% ongeacht de ouderdom).
Liquide middelen
De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.
